M@ZL brengt
ziekteverzuim
op scholen
omlaag

NAAR OVERZICHT   LEES VERDER

Vaak gaan schoolmentoren pas in gesprek met ouders over het verzuim van hun kind, als zij geïrriteerd raken of zien dat de leerling ernstig achterop raakt. Dat kan anders. Met de interventie M@ZL gaan scholen al in een vroeg stadium om de tafel met ouders en leerling. Niet vanuit controle, maar vanuit gedeelde zorg. En als de school er niet uitkomt, verwijst zij sneller door naar een jeugdarts. Met succes: het ziekteverzuim daalt.

Hoe een school omgaat met zorgwekkend ziekteverzuim, hangt vaak af van de betrokken mentor. Vaste afspraken zijn er niet. Zonde, vindt jeugdarts en projectleider van M@ZL (Medische advisering ziekgemelde leerling) Yvonne Vanneste. “En als de mentor wel belt met de ouders, is dat vaak controlerend. De ouders en de leerling voelen zich dan op het matje geroepen.” Daarom heeft Vanneste in de regio West-Brabant op verschillende scholen voor voortgezet onderwijs de interventie M@ZL getest.

Open gesprek
Een school die meedoet aan M@ZL hanteert twee criteria: vier keer ziek in twaalf schoolweken of zeven schooldagen achter elkaar ziek. Als een leerling aan een van beide voldoet, gaat de mentor of zorgcoördinator altijd in gesprek met de ouders. “Niet om te controleren, maar omdat school de zorgen om de leerling deelt met de ouders. In het gesprek probeert de mentor te achterhalen waar het probleem in zit. Op welke wijze je dat gesprek voert, is cruciaal.” Zorgcoördinator Roberto de Pijper van het Markland College in Oudenbosch, waar M@ZL is getest, beaamt dit: “Toon interesse en empathie, dan kom je heel ver. Anders nemen leerlingen of ouders gelijk een defensieve houding aan. Je moet niet botsen, je moet samenwerken om een leerling vooruit te helpen.”

Doorverwijzing naar jeugdarts
In ongeveer een vijfde van de gevallen komt de mentor er met de ouders niet uit. In dat geval verwijst die de ouders door naar een jeugdarts bij de GGD. “Dat kan bijvoorbeeld als de leerling en ouders tegenstrijdige signalen geven. Of als de leerling veel klachten heeft, maar nog geen zorg ontvangt. Soms lukt het de mentor en de ouders niet om goede afspraken te maken. Dan kan de jeugdarts adviseren.”

Blije scholen
Scholen die ervaring hebben met M@ZL zijn volgens Vanneste erg positief. “Ze zijn blij met de heldere procedure en samenwerking én zien een afname van het verzuim. Ze krijgen problemen eerder in beeld. Daarnaast duurt het verzuim korter, omdat leerlingen en ouders gesteund worden bij een snelle terugkeer in de klas.”

LEES VERDER

‘Voer geen gesprek uit controle, maar omdat je als school de zorgen om de leerling deelt’

Feiten en cijfers

  • Tijdens het onderzoek deden veertien scholen in West-Brabant mee aan M@ZL. Op deze scholen was het verzuim van leerlingen die in het M@ZL-traject kwamen na twaalf schoolweken 14,3%. Na een jaar was dit afgenomen tot 8,3%.
  • Op de controlescholen was het verzuim van leerlingen met zorgwekkend verzuim (waarvan het ziekteverzuim in omvang voldeed aan een van de M@ZL-criteria) na twaalf schoolweken 17,5%. Na een jaar was het verzuim hier 15,7%.
  • Scholen vinden het prettig om de zorg rond ziekteverzuim te kunnen delen met ouders en jeugdarts.
  • M@zl leidt tot een grotere ouderbetrokkenheid.
  • Met M@zl is er meer zicht en grip op de achterliggende problematiek.
  • M@zl leidt tot betere zorg en minder uitval.


ZonMw projecttitel: Ziekteverzuimbegeleiding door de Jeugdarts. Projectnummer 156511001

Meer informatie

Wilt u meer informatie over M@ZL? Neem dan contact op met projectleider Yvonne Vanneste:
y.vanneste@ggdwestbrabant.nl.

Heeft u interesse in workshops voor mentoren over het trainen van gesprekstechnieken? Neem dan contact op met Mariël van Beek, opleidingscoördinator: m.beek@ggdacademy.nl

Video
Share

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Naam

E-mail

Bericht

Verstuur

Aanmelden

Uw naam

E-mail

Meld aan